Gastcolumn Bart ten Bosch

Leraren uit het primair, voortgezet en speciaal onderwijs kunnen een subsidieaanvraag indienen bij het LerarenOntwikkelFonds (LOF) van de Onderwijscoöperatie om onderwijsinnovatie te kunnen vormgeven. Zo wordt onderwijsontwikkeling vanaf de werkvloer gestimuleerd en krijgt de leraar weer de centrale plaats binnen het onderwijs als creatief architect van het onderwijsproces.

Sinds de start van LOF in 2015 zijn er 1092 aanvragen aan de jury voorgelegd. In lijn met de visie van de Onderwijscoöperatie: van, voor en door leraren, worden de subsidieaanvragen beoordeeld door een beoordelingscommissie bestaande uit leraren. In totaal hebben 183 leraren uit het PO en 210 leraren uit het VO een subsidie toegekend gekregen. Leraren met een goedgekeurde LOF-aanvraag ontvangen naast financiële ondersteuning, ook ondersteuning in de vorm van coaching, drie bijeenkomsten met andere LOF-leraren (waarvan één met de leidinggevende), intervisie en participatie in een netwerk.

Onderzoek LOF voor de leraar

In 2017 hebben zes docent-onderzoekers onderzoek gedaan naar het LOF met als doelstelling inzicht te krijgen in wat de meerwaarde van het LOF-traject voor de LOF-leraar en zijn omgeving is en wat daarbij stimulerende en belemmerende factoren zijn.

De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat LOF meerwaarde biedt voor de LOF-leraar en zijn omgeving waaronder collega’s en leerlingen. De meerwaarde is wel afhankelijk van de context (po of vo) en het opleidingsniveau van de LOF-leraar. LOF-leraren met een hbo-master profiteren het meeste als het gaat om het ontwikkelen van innovatief vermogen, het inzicht in veranderprocessen en het opbouwen van netwerken. LOF-leraren met een wo-master maken de minste ontwikkeling door ten aanzien van kwaliteiten behorende bij krachtig leraarschap.

Over het algemeen zijn LOF-leraren tevreden over de bijdrage van de LOF-ondersteuningsstructuur voor de realisatie van hun LOF-initiatief. Niet alle begeleidingsvormen worden evenveel gewaardeerd. Zo wordt aangegeven dat het netwerk van gelijkgestemde collega’s de grootste bijdrage levert. De meerwaarde is onder andere afhankelijk van de aard van het initiatief. De erkenning door de jury draagt daarnaast bij aan het zelfvertrouwen van leraren.

Collega’s en leidinggevenden spelen een belangrijke rol in het proces. De samenwerking met, acceptatie door en feedback van collega’s worden veelal als stimulerende factoren aangeduid. Wanneer het contact met de leidinggevende goed is en leraren vertrouwen ervaren heeft dit een positieve uitwerking op de realisatie van het LOF-initiatief. De tijd die ter beschikking komt door de LOF-subsidie is een zeer belangrijke stimulerende factor. Hierbij gaat het enerzijds om op vaste tijden met collega’s binnen de eigen school aan het initiatief te werken. Anderzijds is er behoefte aan het flexibel inzetten van tijd om te overleggen met partijen en collega’s buiten de school.

De leraar is de centrale spil en de creatieve architect van het onderwijs. Het LOF wil die positie van leraren stimuleren en leraren uit verschillende sectoren met oog voor vernieuwing aan elkaar verbinden. Leraren worden in staat gesteld om zelf aan onderwijsontwikkeling te werken en elkaar door netwerkvorming te versterken, wilt u meer informatie over het LOF? Kijk dan op de website van het LOF